Door André van der Braak
Nico leende mij zes maanden geleden een mooi boek dat pas is uitgekomen:
‘Shoes Outside the Door: Desire, Devotion and Excess at San Franciso Zen
Center’. Het is de geschiedenis van het SF Zen Center sinds 1959, toen een
Japanse plattelandspriester naar SF werd gestuurd om daar de boeddhistische
missie te gaan bemannen. Suzuki Roshi ontwikkelde zich al snel tot een soort
peetvader voor de talrijke ontwortelde hippies in SF, die heel goed wisten wat
ze allemaal niet wilden maar niet wat ze nu wel wilden. Hij liet ze iedere
ochtend om half zes mediteren en bracht ze discipline bij. Ze
aanbaden hem.
Maar in 1971 stierf Suzuki, en vlak voor zijn dood gaf hij transmissie aan
zijn student Richard Baker, die de nieuwe zenmeester
werd: Baker Roshi. Richard Baker had behalve een
passie voor zazen ook vooral grote organisatorische en fund raising-gaven, en
in de jaren zeventig groeide het SF Zen Center explosief. Het ego van Baker Roshi groeide echter mee: hij hield er een
extravagante levensstijl op na, kocht dure kunst, omringde zich als een feodaal
landheer met zenstudenten die aan tafel bedienden terwijl Baker met de
burgemeester of de gouverneur dineerde, en gedroeg zich als een modern despoot.
Baker liep in 1983 uiteindelijk tegen de lamp toen een
van zijn talloze affaires werd ontmaskerd tijdens een conferentie in Tassahara
(door schoenen die buiten de deur stonden!).
Wat dit boek interessant maakt is dat de schrijver met alle betrokkenen
uitgebreid praat over hoe dit nu heeft kunnen gebeuren. Hoe konden zoveel
mensen, die tienduizenden uren in zazen gezeten hadden, zo blind zijn, en zo
naïef? Hoe kunnen intelligente hoogopgeleide westerlingen, die zich hebben
ontworsteld aan allerlei westerse vormen van autoritarisme, zo blindelings
vallen voor een oosters autoritarisme? Hoe kunnen de verworvenheden van de
westerse verlichting, de scheiding van kerk en staat, zo gemakkelijk weer
ongedaan worden gemaakt in een spirituele gemeenschap waarin de leraar het doen
en laten van de studenten volkomen bepaalt? Het SF Zen Center werd alom
beschouwd als een revolutionair experiment, maar was het eigenlijk met haar
feodale autoritaire structuur niet ook ‘achterlijk’?
Wat zegt Zen over autoriteit? Zen is de meest protestante vorm van
boeddhisme: iedereen wordt aangemoedigd om de waarheid bij zichzelf te vinden. Niet de sutra’s hebben autoriteit, niet de geschreven leer, zelfs
de historische Boeddha niet: ‘if you meet the Buddha on the road, kill him’. De
ware dharma kan slechts worden overgedragen direct van persoon op persoon. De
directe transmissie van leraar op leerling, daar gaat het om. De enige
autoriteit in Zen is de zenleraar.
Dit is wat de studenten van SF Zen Center keer op keer te horen kregen:
“het mag dan lijken of Baker Roshi niet deugt, hij
heeft transmissie gekregen van Suzuki en is dus Verlicht. En de acties van een
Verlicht man zijn vaak ondoorgrondelijk voor niet-verlichten.” Later bleek dat
Suzuki in Japan ook transmissie had gegeven aan zijn zoon (die hij nooit als
leerling had gehad) zodat die een plattelandstempel kon overnemen, en aan de
zoon van een vriend om die vriend een plezier te doen. Transmissie in Japan is
zoiets als slagen voor je seminarie-examen: een voorwaarde om aan de slag te
kunnen als priester.
Wat heeft autoriteit in Zen? Een mooie koan om mee te besluiten.