De beste leraar

 

Door André van der Braak

 

Zo’n dertig jaar geleden ging ik mijn eerste leraar-leerling relatie aan toen ik werd ingewijd in de geheimen van de Transcendente Meditatie door mijn lerares Annie Balkema. Sindsdien heb ik vele leraren gekend, in allerlei soorten en maten. Maar hoe langer ik nadenk over de leraar-leerling relatie, zeker in de context van zen, hoe groter het mysterie wordt.

 

De leraar onderricht iets wat eigenlijk niet onderricht kan worden. In zen wordt traditioneel gezegd: de leraar legt niet zozeer boeddhisme uit, hij toont de Boeddha. De leraar is als een vroedvrouw, net zoals Socrates: hij heeft zelf niets te bieden, maar hij kan wel iets in de leerling geboren laten worden. Hij kan een groot en onzegbaar verlangen in de leerling aanwakkeren, dat soms wel als een verlangen naar bevrijding wordt aangeduid, bodhi-mind.

 

Een controversieel onderwerp in de leraar-leerling relatie is dat van overgave. Moet je je als leerling overgeven aan de leraar? En wat betekent dat? Is het een “niet mijn wil, maar Uw wil geschiede”? Er bestaan veel onvolwassen vormen van overgave, die beter blinde onderwerping kunnen worden genoemd. Overgave is volgens mij niet hetzelfde als gehoorzaamheid. Het heeft veel meer te maken met een toenemende eenheid tussen leraar en leerlingen, een éénworden met iets dat beiden overstijgt, een intimiteit.

 

Eén manier om het zenpad te verwoorden (als je al van een pad kunt spreken) is, dat we iets leren kennen dat niet “ik” is. Dat kan alleen maar als we ons eigen besef van “ik” verliezen. De leraar-leerling relatie kan helpen om die grens over te gaan. Er kan een vertrouwen groeien in de leraar, juist als we zijn tekortkomingen duidelijker gaan zien. We vertrouwen de leraar dan “in de dharma”, en dat heeft niets met zijn karakter te maken.

 

Een gezonde leraar-leerling relatie kan veel ellende verdragen, van beide kanten. Beiden zijn menselijk, al te menselijk. Maar de lotus groeit juist in de modder. Een worsteling tussen leraar en leerling kan juist positief zijn. Soms hebben wij Westerlingen de neiging om leraren te gaan idealiseren (het worden dan goeroes), en ze vervolgens met veel genoegen van hun voetstuk te laten tuimelen.

 

Shunryu Suzuki zei altijd: “onze leraren onderrichten ons met hun karakter en hun inspanningen”. Daarbij was ook altijd inbegrepen, hun feilen en tekortkomingen, of in ieder geval wat in de ogen van de leerling als tekortkoming telt.

 

Na vele omzwervingen ben ik uiteindelijk terechtgekomen bij Nico (Tydeman) en bij Ton. Allebei leraren die je uiteindelijk steeds weer op jezelf terugwerpen, die vrijuit hun eigen niet-weten durven te laten zien, en je daarmee confronteren met je eigen niet-weten. Leraren die weigeren om in de alwetende leraarsrol te stappen, en die je er daarmee ook voor behoeden om in de behoeftige leerlingrol te stappen. Misschien is de beste leraar wel iemand die weigert om leraar te zijn.