Het pizza effect

 

Door André van der Braak

 

Uit teleurstelling over hun eigen westerse religie vullen velen hun religieuze behoefte in met Oosterse religiositeit. Hierbij ligt echter een gevaar op de loer. Westerlingen neigen ernaar om de vreemde cultuur die ze aan het bestuderen zijn, te construeren volgens hun eigen vooronderstellingen. Dit wordt ook wel beschreven als ‘het pizza-effect’. Oorspronkelijk is de Italiaanse pizza een tamelijk karige bedoening, deeg met wat tomaat en kaas. De pizza die in New York werd gemaakt, met allerlei extra’s, viel veel meer in de smaak bij de westerlingen. Op den duur was de New York pizza het beeld van hoe een echte pizza eruit diende te zien. Ze kwam op een gegeven moment bekend te staan als ‘echt Italiaans’. In Italië kunnen Amerikaanse toeristen tegenwoordig zo’n ‘authentieke’ Italiaanse pizza kopen, en zelfs de Italianen zelf eten nu New York pizza’s.

 

Veel oosterse vormen van spiritualiteit hebben hetzelfde lot ondergaan als de pizza. In de negentiende eeuw waren de meeste boeddhistische landen gekoloniseerd door westerse mogendheden. Het lokale boeddhisme dat door de meerderheid van het volk werd gepraktiseerd, werd door de christelijke overheersers beschouwd als een primitieve vorm van bijgeloof. De hoger opgeleide plaatselijke elite in die landen (opgeleid op instituten waar een westers wereldbeeld overheerste natuurlijk) bekeken hun eigen traditie door westerse ogen, en schaamden zich voor de achterlijkheid van hun eigen religie. Zo ontstonden verschillende hervormingsbewegingen. Het boeddhisme moest worden ontdaan van zijn bijgelovige ballast, terug naar de zuivere leer van de Boeddha.

 

Deze hervormers werden geholpen door westerlingen die op zoek waren naar een alternatief voor het, in hun ogen, ten dode opgeschreven christendom. De hervormingspogingen in Sri Lanka, Birma en Thailand leverden een rationeel en protestants boeddhisme op, dat perfect aansloot op de behoeften van het Westen: een ondogmatische, rationele, universele religie, die uitging van maakbaarheid door individuele inspanning, en geen geloof in een Opperwezen veronderstelde.

 

In Sri Lanka werd de Pali-canon van het Theravada boeddhisme, de enige van de oorspronkelijk zeventien scholen van het oudste boeddhisme wiens teksten bewaard waren gebleven, door Britse Oriëntalisten in het Engels vertaald. T.W. Rhys Davids richtte de Pali Text Society op in Londen in 1881. Zo konden Sinhalese boeddhisten ook voor het eerst kennisnemen van hun religieuze erfgoed. De opleving van het Theravada-boeddhisme werd ondersteund door de theosofen. Kolonel Henry Olcott en Madame Blavatsky, die de Theosofische Vereniging in 1875 opgericht hadden, richtten in 1880 in Sri Lanka ook de Boeddhistische Theosofische Vereniging op, een lekenorganisatie die onafhankelijk was van de tempels en de monastieke hiërarchie. Hier werd, met steun van de koloniale overheid, een nieuwe generatie boeddhistische leiders opgeleid, die over de intellectuele bagage beschikten om zich te kunnen weren in het debat met de christelijke missionarissen.

 

Het rationele en protestantse boeddhisme dat door Olcott c.s. werd gestimuleerd, werd vervolgens weer door Sri-Lankese vertegenwoordigers aan het Westen verkocht als ‘ authentiek boeddhisme uit Sri Lanka. Zo presenteerde Olcotts protégé Dharmapala, die de vertegenwoordiger werd van het Theravada boeddhisme in het Westen, een rationele en protestante versie van het “oorspronkelijke boeddhisme” op het Wereldparlement voor Religies in Chicago in 1893.

 

De opleving van het boeddhisme omvatte ook een opleving van de vipassana meditatie. In Sri Lanka en Thailand was het beoefenen van meditatie vervangen door schriftstudie. Phra Achaan Mun (1870-1949) introduceerde meditatie opnieuw in Thailand. In Birma was het Ledi Sayadaw (1846-1923) die veel meditatiecentra oprichtte. Van de meditatiecentra die momenteel in Sri Lanka bestaan, is de meerderheid na 1950 opgericht. Geen enkel centrum is ouder dan 100 jaar. Het ‘meditatiecentrum’ is een geïmporteerd westers instituut.

 

Wellicht is vipassana meditatie dus de New York Pizza van het boeddhisme. De vraag is natuurlijk of dat erg is. Zolang we ons niet al te zeer te buiten gaan aan romantische projecties over een ‘authentiek’ boeddhistische meditatie, kunnen we ons deze pizza goed laten smaken.