Klein is fijn

 

Door André van der Braak

 

De Duitse econoom E.F. Schumacher (1911-1977) publiceerde in 1973 het boek ‘Small is beautiful’, een jaar later in het Nederlands vertaald als ‘Hou het klein’. Het boek was een aanklacht tegen het kapitalistische economische stelsel, dat uitgaat van winstmaken en economische groei, waardoor de rijken rijker worden en de armen armer. Schumacher stelde dat het mogelijk is om een nieuwe richting te geven aan de technologische ontwikkeling die haar zal terugvoeren tot de werkelijke behoeften van de mens. “De mens is klein en daarom moeten wij het klein houden”. Hij pleitte voor op de menselijke maat aangepaste en gedecentraliseerde technologie, die de mens dient in plaats van hem te vernietigen.

 

De impact van ‘Hou het klein’ was wereldwijd enorm. Volgens de Times Literary Supplement hoort het boek bij de honderd meest invloedrijke boeken van na de tweede wereldoorlog. De milieubeweging, de Groene partijen, de anti-globaliseringsbeweging maken allemaal deel uit van de erfenis van Schumacher.

 

In hoofdstuk vier van ‘Hou het klein’ pleit Schumacher voor een boeddhistische economie. Aangezien ‘juist levensonderhoud’ deel uitmaakt van het achtvoudige pad, zo redeneert hij, moet er ook zoiets als een boeddhistische economie bestaan. Hij hekelt de boeddhistische landen van zijn tijd die menen hun boeddhistische normen en waarden te kunnen behouden terwijl ze volop advies vragen aan westerse kapitalistische economen.

 

De hedendaagse economie beschouwt ‘werk’ als een noodzakelijk kwaad. Voor de werkgever is de arbeidskracht een kostenpost die zoveel mogelijk geminimaliseerd moet worden. Voor de werknemer is zijn arbeid een opoffering van zijn vrije tijd waar hij financieel voor gecompenseerd wordt. Het ideaal van de werkgever is dus om output zonder arbeidskrachten te realiseren; het ideaal van de werkgever is om inkomen te krijgen zonder ervoor te hoeven werken. Zowel voor werkgever als werknemer geldt dus: het ideaal wat betreft werk is om er vanaf te komen.

 

Maar vanuit boeddhistisch gezichtspunt is werk op zichzelf waardevol. Het heeft minstens drie functies, zegt Schumacher: een kans krijgen jezelf te ontwikkelen, je zelfzuchtigheid overwinnen door met anderen samen aan een taak te werken, en goederen en diensten produceren die nodig zijn voor een verrijkt bestaan. Het gaat er niet om dat we naar zoveel mogelijk vrije tijd streven: werk en vrije tijd zijn twee kanten van dezelfde medaille.

 

Moderne economen, zegt Schumacher, meten ‘levensstandaard’ aan de hand van de jaarlijkse hoeveelheid consumptie. Volgens een boeddhistische economie is consumptie een middel tot een doel, en gaat het erom met een minimum aan consumptie een maximum aan welzijn te bereiken. Een optimaal consumptieniveau stelt mensen in staat om met minder druk en stress te leven, hetgeen ook tot minder geweld leidt, zegt hij.

 

De boodschap van Schumacher is actueler dan ooit in onze tijd van globalisering, hoge olieprijzen, en dreigende schaarste aan energiebronnen. Het Schumacher College, met de Dalai Lama als beschermheer, houdt zijn gedachtengoed levend en stimuleert verder onderzoek.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

E.F. Schumacher. Hou het klein – een economische studie waarbij de mens weer meetelt. Amboboeken Baarn. 1974