Leve Sint Michaël!
Door André van der Braak
Toen het boeddhisme, en met name zen, voor het eerst naar het Westen kwam was het zo
protestants als wat. Geen rituelen, geen dogma’s, geen kerken. Hier was nu
eindelijk de universele kern waar alle religies op gebaseerd waren, een mystiek
die los stond van culturele bagage. Door te mediteren kon je loskomen van de
conditionering van het denken en de doorbraak naar satori realiseren. Yasutani
deelde zelfs certificaten uit aan het einde van elke sesshin aan de deelnemers
die mu hadden opgelost.
Als katholiek jongetje dat zich van
de kerk had afgewend vond ik dat wel prima. Hoe minder ritueel hoe beter. En
kerken vond ik verstolde organisaties waar de levende religie het onderspit had
gedolven. Als je aan meditatie deed hoefde je nergens in te geloven, je hoefde
alleen maar op een kussen te gaan zitten.
Maar hoe langer ik op dat kussen
ging zitten hoe meer mijn katholieke verleden toch weer naar boven kwam. Eerst
was het Maria die zich hoe langer hoe meer in mijn beleving nestelde. Ik gebruikte
mijn boeddhistische mala (gekocht op de markt in Bodhgaya in 1991) om de
rozenkrans te bidden voor het slapen gaan. En Kanzeon, Kuanyin en Maria
versmolten steeds meer. Mijn dharmanaam uit 2006 (‘hij die verontrust is door
Kuanyin’) had voor mij te maken met de eerste bodhisattvagelofte (‘hoe talloos
de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden’) die voortdurend
een onmogelijk appel op me deed waardoor ik me tekort voelde schieten.
Tegelijkertijd moedigde Maria/Kuanyin me aan om dat appel steeds dieper in me
wortel te laten schieten, ook al voelde ik me niet sterk genoeg om het echt te
kunnen honoreren.
In het afgelopen jaar is daar een
nieuwe gestalte bijgekomen: de aartsengel Michaël, aanvoerder van de
engelenlegers. Hij wordt vaak afgebeeld in volledige ridderuitrusting, met
omhooggeheven zwaard, zijn voet stevig op de nek van de liggende spartelende
Lucifer. Ik wist niet veel van hem, ook niet vanuit mijn katholieke opvoeding.
Maar Michaël is de figuur tot wie je kunt bidden om kracht en inspiratie. De
Jungianen zouden zeggen dat Maria het vrouwelijke
archetype is dat de liefde vertegenwoordigt, en Michaël het mannelijke
archetype van kracht en bescherming. De sesshins die ik volg bij
Maar toch – wat heeft Sint Michaël
nu met zen te maken? De link tussen Maria en Kuanyin is onomstreden, ook
historisch gezien. Maar zo’n soldateske, aan de kruistochten
herinnerende figuur lijkt toch meer een typisch Westers fenomeen. Dat dacht ik
zelf ook – tot ik afgelopen zomer met een groep boeddhistische wetenschappers
drie weken in China was en de ene na de andere boeddhistische tempel bezocht.
In het voorportaal van zo’n tempel staan steevast de
vier Hemelse Koningen, de bodhisattva’s die als dharmabeschermer (dharmapala) fungeren. Zij dienen
ertoe om de obstakels (zowel uiterlijk als innerlijk) op de boeddhaweg af te
weren. De dharma en onze bodhimind,
ons verlangen naar verlichting, hebben voortdurende koestering en bescherming
nodig, met name tegen onszelf. We zijn vaak onze eigen
ergste vijand.
Dus tegenwoordig zit ik op het
kussen, bemind door Maria en beschermd door Michaël. Mijn protestantse zen heeft
zich tot een katholieke zen ontwikkeld. En allerlei publicaties over zen laten
zien dat die zogenaamde universele mystiek van D.T. Suzuki meer een westerse
wensdroom was dan een boeddhistische realiteit. Zen is één en al ritueel, zazen
is een ritueel, en volgens Dogen kun je maar beter niet aan zen beginnen als
het belangrijkste ingrediënt, geloof,
ontbreekt. Vandaar hierbij mijn zenboeddhistische geloofsbelijdenis en gebed:
‘Wees gegroet Maria, geef mij
liefde en mededogen om de eerste bodhisattvagelofte in mijn hart levend te
houden; Sint Michaël, geef mij de kracht en het doorzettingsvermogen om die
gelofte ook, hoe vaak ik daar ook in misluk, steeds weer opnieuw te proberen na
te komen.’
Amen.