21 november 2023

Het nemen van toevlucht is een hele oude boeddhistische traditie. Al vanaf het allereerste begin, en het is in alle boeddhistische tradities en scholen een rol blijven spelen. Het nemen van toevlucht is een ceremonie waarbij iemand ceremonieel uitspreekt dat hij of zij toevlucht neemt tot de Boeddha, de dharma en de sangha. Dat die drie dingen de voornaamste toevlucht zullen zijn in je leven. Naar de Boeddha, daar kunnen we ons allemaal iets bij voorstellen. De dharma wordt vaak vertaald als de leer van de Boeddha. Dus de inhoud van wat de Boeddha verkondigt. De sangha, dat is de groep van mede beoefenaren die dit pad volgen. Dus de Boeddha, zijn leer en de gemeenschap. Dat is wat het altijd heeft betekend. Maar wat betekent het nu om uit te spreken dat je je toevlucht neemt? Het nemen van toevlucht is eigenlijk het hardop uitspreken van een bepaalde gelofte. Namelijk: dat is waar ik mijn heil ga zoeken. Dat is de plek waar ik mij thuis voel. Dat is de plek waar ik te rade ga voor ondersteuning. En dat hardop uitspreken van die gelofte is in het boeddhisme enorm belangrijk. Het is eigenlijk bedoeld om je beoefening te steunen en te versterken.

Er is een Japanse boeddhistische leraar, Okumura, en die zegt: “Er zijn eigenlijk twee verschillende manieren waarop je je leven kunt leiden, vanuit gelofte of vanuit karma.” Als je je leven leidt vanuit karma, dan word je als een soort pingpongbal heen en weer geslingerd door de karmische invloeden die voortdurend worden getriggerd. We dragen allemaal rugzakjes met ons mee met daarin karmische kiemen. Sommige positief en sommige negatief. En door wat we tegenkomen in ons leven kunnen die karmische zaadjes worden gewekt. Die gaan dan open, ze bloeien op. Als dat een negatief karmisch zaadje is, dan worden we een niet zo fijne kant opgestuurd. Als het een positief zaadje is, dan worden we een veel fijnere kant opgestuurd. Maar leven vanuit karma wil eigenlijk zeggen dat het afhangt van de omstandigheden welke richting jij in gaat, omdat je eigenlijk niet zozeer een richting van jezelf hebt. Dus je wordt eigenlijk geleefd. Je wordt voortbewogen door de omstandigheden, door de conditioneringen, situatie en context. Soms is dat fijn en soms niet. Maar je kunt daar zelf eigenlijk niet veel aan doen. Leven vanuit gelofte wil zeggen dat er in jou iets is, een soort centrum, een soort zwaartepunt dat zich voortdurend herinnert: “Die kant wil ik op.” En natuurlijk zijn die karmische invloeden er ook nog steeds, maar ze zijn veel minder allesbepalend. Want er is iets in jou dat voelt van, die kant wil ik op. Het is een soort innerlijke antenne of kompas. Een kompas heeft een naald die magnetisch geladen is en daardoor, waar je ook bent, weet deze altijd het noorden te vinden. Zo is het bij leven vanuit gelofte ook, alsof er in ons een naald is die, wat er ook gebeurt, wordt aangetrokken tot het noorden. En ons zo richting geeft. Want wij gaan een pad. Maar het bijzondere aan dit pad is dat niet van tevoren vaststaat hoe we dat pad moeten lopen. De Boeddha zei: “Het pad ontstaat door het te gaan.” Dus wat bepaalt dan of we linksaf gaan of rechtsaf of rechtdoor? Dat is die naald, dat is dat innerlijke kompas. En door toevlucht te nemen tot de Boeddha, de dharma en de sangha, zeggen we eigenlijk, die drie aspecten vormen mijn kompas. Die zorgen ervoor dat ik steeds het noorden weer opnieuw weet te vinden. Dat is leven vanuit gelofte in plaats van leven vanuit karma.

Wanneer we zeggen, “ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha, de dharma en de sangha,” dan zal het je misschien ook niet verbazen, in het licht van waar we het de afgelopen weken over hebben gehad, dat dat in de Chinese context van de zen traditie een wat aparte betekenis krijgt. Toevlucht nemen tot de Boeddha had aanvankelijk sterk de betekenis van, we moeten onze toevlucht nemen tot de Boeddha als persoon. We moeten de Boeddha als lichtend voorbeeld nemen en zijn voorbeeld navolgen. In de Zen traditie wordt heel sterk de nadruk gelegd op het feit jijzelf de Boeddha bent. De Boeddha is niet iemand buiten jezelf. De Boeddha is niet een lichtend voorbeeld buiten jezelf of een historisch voorbeeld. Maar de Boeddha, dat is dat deel van jou dat  weet waar het noorden is. Er zit iets in ons waarmee we ons eigen lichtend voorbeeld zijn. Er zit in ons iets dat verlichtend van aard is, dat ons pad kan verlichten, als we het maar ruimte geven. Als we daar maar trouw aan blijven. En het moeilijke natuurlijk van het gaan van het pad is dat we dat keer op keer uit het oog verliezen. Of uit de weg gaan. Niet luisteren of geen gehoor geven aan waar die naald naar wijst. Om ons pad beter te kunnen vormgeven van binnenuit helpt het dus enorm om dat op rituele wijze uit te spreken. Om die gelofte af te leggen, om dat te bevestigen, Om eigenlijk ons vertrouwen uit te spreken in die Boeddha die wij zijn.

Toevlucht nemen tot de dharma, de leer van de Boeddha, betekent in onze zen traditie ook wat anders. Want de zen traditie gaat voorbij woorden en geschriften. Het is niet te vinden in boeddhistische teksten of in boeddhistische autoriteiten. Het is te vinden in het leven zelf. Dus toevlucht nemen tot de dharma is steeds weer opnieuw alle dharma poorten die zich voordoen in ons leven, de onmogelijke poorten die voor ons opdoemen, de onmogelijke uitdagingen, om daar doorheen te stappen. Dat is toevlucht nemen tot de dharma. Dus je zou ook kunnen zeggen dat is eigenlijk je toevertrouwen aan het leven zelf en aan de uitdagingen die het leven ons stelt. Daar steeds weer opnieuw vertrouwen in blijven houden.

De sangha zou je kunnen zien als mede beoefenaars, maar vanuit de Zen traditie is de sangha iedereen met wie wij verbonden zijn, of ze nu aan zen doen of niet.  Iedereen in ons leven met wie wij verbonden zijn maakt eigenlijk deel uit van onze sangha, en ze zijn partners in onze beoefening. Maar je kent vast wel mensen in je leven die echt geen partner lijken te zijn in je beoefening. Niet alleen mediteren ze niet, maar ze halen je ook het bloed onder de nagels vandaan. Of ze zijn zo irritant of eigenwijs. Maar wij zeggen juist: “Die mensen zou je dankbaar moeten zijn.” Want zij zijn de partners van jou als beoefenaar. Zij triggeren ons steeds weer opnieuw om te beoefenen. Juist omdat er wrijving is, omdat het ons uitdaagt, we onszelf tegenkomen, we wind tegen hebben. Dus ons toevlucht nemen tot de sangha betekent steeds weer opnieuw ons daaraan geven. Vanuit dat perspectief, het hele web van ons leven, om ons daarin onder te dompelen. Steeds weer opnieuw.

Er is een ceremonie voor het nemen van toevlucht waarvan ik een aantal elementen wil noemen. Het eerste element van zo’n ceremonie is het reciteren van het vers van berouw. Mensen zijn er soms een beetje verbaasd over. “Berouw? Dat klinkt zo christelijk: berouw komt na de zonde.” Maar boeddhistisch berouw is heel anders dan christelijk berouw. Het is dat we geen ander woord hebben. Maar om toevlucht te nemen is het enorm belangrijk om eerst schoon schip te maken. Niet schoon schip van zonde, want het boeddhisme kent geen zonde of schuld. Het zijn begrippen die daar totaal niet thuishoren. Maar onze handelingen worden natuurlijk wel altijd mede bepaald door karma en brengen ook karma voort. Sommige van onze handelingen zijn wat geslaagder dan andere handelingen. Vaak komen we daar pas achteraf achter. Dan zeggen we: “Dit was toch niet helemaal zoals het had gemoeten.” En let wel, er is dus geen sprake van, ik heb gezondigd of ik heb iets fout gedaan of ik voel me schuldig. Niets daarvan, alleen maar, “dit kwam misschien niet zo goed uit de verf als ik het van tevoren had bedacht.” Of: “ik dacht op het moment zelf dat het een goed idee was. Maar als ik zie waar het toe heeft geleid, dan was het misschien niet zo handig.” Je kunt  zeggen, dat zijn goede of slechte handelingen. Maar het boeddhisme spreekt liever van skillful of unskillful. Dat vind ik een mooie term. Handig of onhandig, heilzaam of onheilzaam.

Waar die begrippen allemaal mee te maken hebben is, waar leidt het toe? Dus een handeling wordt beoordeeld op waar die handeling toe leidt, het effect. Een handeling die schade toebrengt aan andere mensen of aan jezelf is een onheilzame handeling. Het is niet slecht, maar het is onheilzaam. Het heeft een negatief karmisch effect; en een handeling die positief uitwerkt op andere mensen of op jezelf is heilzaam. Het verschilt natuurlijk per persoon en per situatie. Dus dat is iets wat we steeds weer opnieuw moeten ontdekken. Maar hoe dan ook, sommige van die handelingen blijken onheilzamer te zijn dan we misschien zouden hebben gewild. Daarom is het belangrijk om schoon schip te maken. Het reciteren van het vers van berouw gaat als volgt.

“Al het kwade karma van oudsher door mij begaan
vanwege mijn beginloze begeerte, haat en onwetendheid.
Geboren uit mijn lichaam, mond en gedachten.
Nu toon ik voor dit alles mijn berouw.”

Dus alle handelingen die niet zo goed uit de verf kwamen, komen zonder uitzondering doordat wij er iets aan toevoegen. We hebben een hunkering of een aversie, of we weten niet beter. Maar hoe dan ook, een van die drie speelt altijd mee, en daardoor kwam die handeling niet uit de verf. Wij tonen voor dit alles ons berouw. En daarmee zeggen we: “We erkennen: dit was niet zo geslaagd.” Verder niet van: “Wat ben ik een slecht persoon en het spijt me zo en hoe kan ik het goedmaken?” Nee, alleen maar: “dit was niet geslaagd, punt.” En puur dat aan boord nemen daarvan, dat heeft een reinigende werking, puur erkennen, het was niet zo geslaagd. Dus dat is het vers van berouw, en dat helpt ons heel erg in het gaan van ons pad. Niet zozeer met de richting, want het kompas geeft ons de richting, maar het berouw helpt ons om niet uit de bocht te vliegen omdat we een heel gezond besef houden van onze eigen beperkingen. Dat we een heel gezond besef houden van nederigheid. Onze handelingen mislukken veel vaker dan we zouden willen. Zonder ons daarmee slecht over onszelf te gaan voelen, maar puur als constatering. “Ik ben een beperkt mens. Ik heb goede voornemens, maar het komt niet altijd uit de verf en daarom let ik extra goed op, omdat ik mezelf een beetje ken.” Dus het berouw helpt ons om niet uit de bocht te vliegen, om niet meegesleept te worden. Dus de gelofte en het berouw werken samen. De gelofte geeft ons keer op keer de richting, en het berouw helpt ons om die richting ook te kunnen omzetten in heilzame handelingen. Ze werken samen. Want de gelofte leidt tot goede voornemens, en het berouw zorgt voor de uitvoering van die goede voornemens. Want op zich is het goede voornemen niet voldoende. Het is niet voldoende om te weten welke weg je moet gaan. Het is ook een kwestie van op een heilzame manier die stap zetten.

In die ceremonie spreken wij uit om ons te houden aan de voorschriften in het boeddhisme. Dit zijn niet een soort tien geboden van, gij zult niet dit of gij zult niet dat. De voorschriften zijn eigenlijk voornemens. Je krijgt geen straf als je je er niet aan houdt. Maar het zijn voornemens die we ons steeds weer opnieuw voornemen. De eerste drie zijn de drie zuivere voorschriften.

Ik beloof het kwade te vermijden (of het onheilzame).
Ik beloof het goede te doen.
Ik beloof alle levende wezens te bevrijden.

Dan heb je wel zo’n beetje alles gecoverd. Als je het kwade vermijdt, het goede doet en alle levende wezens bevrijdt, dan zit je altijd goed. Er is weinig dat dan nog niet aan de beurt is geweest. Maar om dat toch nog wat specifieker te maken, zodat we nog wat meer handvaten hebben, is de rest er. Die voorschriften zijn een soort reling waar je je aan kan vastgrijpen als je een beetje je evenwicht dreigt te verliezen. Dus dan hebben we de tien grote voorschriften.

Ik beloof alle leven te waarderen, te beschermen en te ondersteunen (in plaats van de andere vertaling: Ik beloof om niet te doden). 
Ik beloof het eigendom van anderen te respecteren.
Ik beloof liefdevol te zijn en niet begerig. 
Ik beloof waarheidlievend te zijn en oprecht. 
Ik beloof bewust en aandachtig te zijn en niet onwetend.
Ik beloof geen kwaad te spreken van anderen. 
Ik beloof mijzelf niet te verheffen en anderen niet te vernederen. 
Ik beloof genereus te zijn en niet gierig of inhalig. Vooral met betrekking tot de dharma. 
Ik beloof gelukkig te zijn en toegewijd, met compassie voor alle wezens. 
Ik beloof met respect te spreken over de Boeddha, de dharma en de sangha.

Dat zijn de tien grote voorschriften. En door die hardop te reciteren gaan die dus deel uitmaken van ons kompas. Helpen die ons om dat innerlijke kompas te vormen, te smeden en die naald goed te krijgen. Vervolgens ontvangt degene die toevlucht neemt een dharma naam. Een nieuwe naam. Een beetje zoals ook met de doop ceremonie in het christendom. Het lijkt er een beetje op maar het is niet hetzelfde als de doop ceremonie. Het is iets anders. De nieuwe naam wil zeggen “dit is wie ik ben, dit is wie ik wil zijn, dit is waar ik voor sta.” Die nieuwe naam ontvang je van je leraar en dat is ook weer een reling waar je je aan kan vasthouden wanneer je soms denkt, welke kant moet ik eigenlijk op? De ceremonie wordt afgesloten met het reciteren van de vier geloften van de bodhisattva. Dus dat zijn een aantal aspecten van de ceremonie.

En soms wordt wel eens gezegd over die ceremonie dat je zo boeddhist wordt. Net zo goed als wanneer je gedoopt wordt, je christen wordt. Maar het heeft niks te maken met boeddhist worden. Het is ook eigenlijk een hele vreemde opvatting binnen het boeddhisme. Het boeddhisme heeft eigenlijk geen boeddhisten. Dat hebben wij in het Westen ervan gemaakt. Maar, er zijn mensen die het pad gaan. Er zijn mensen die zich hebben voorgenomen om het medicijn van de Boeddha te willen nemen. Met deze ceremonie spreken ze dat uit, geven ze dat kracht. Dus het is ook een vorm van bekrachtiging, een vorm van empowerment. In mijn geval had het ook te maken met een soort diepere realisatie van: “in deze beoefening, dat pad dat wij volgen, is het niet zozeer zo dat wij onszelf daarop voortbewegen, maar dat wij worden voortbewegen door allerlei energieën waarvan we het bestaan alleen maar kunnen vermoeden.” Veel grotere energieën die door ons heen komen en die zich via ons manifesteren. En dat het zo belangrijk is dat we een manier vinden om ons met die energieën te verbinden. Dus om ons niet te verbinden met, ik wil dit of ik ga dat doen, maar met die grotere energieën die door ons heen, zich kenbaar maken en ons richting geven. Deze ceremonie is eigenlijk om die grotere energieën meer vrije baan te kunnen geven. Dus die grotere energieën, dat blijft vaak onbewust een soort voortgestuwd worden en dat is oké. Maar het kan enorm krachtig zijn om die onbewuste processen ook bewust te erkennen en te bevestigen. Door het bewust hardop uit te spreken. Door het bewust te reciteren. Het is een beetje vergelijkbaar met hoe wij aan het eind van elke dinsdagavond de bodhisattvageloften reciteren. Door het te reciteren wekken wij weer iets, activeren wij iets wat eigenlijk niets met onszelf te maken heeft, waar wij dan een voertuig van worden, steeds weer opnieuw. De ceremonie van toevlucht nemen komt ook vaak op een moment waarin er in ons een verlangen of drang ontstaat om de weg die wij gaan, om die gezamenlijk te gaan, met ook al die andere energieën. Dus niet alleen samen met de andere mensen die het pad gaan, maar ook samen met die grotere energieën. En dat er ook een soort bereidheid is om ons daaraan over te geven. Dus toevlucht nemen is ook op een bepaalde manier het uit handen geven. Je geeft je over aan grotere krachten die jou dragen. Waar je met woorden of gedachten niet zo goed bijkomt. Maar waar je mee kunt resoneren. Door belichaming, door reciteren, niet door woorden of begrippen. Maar door contact te maken.

Het boeddhisme kent geen schuld en boete en het taoïsme ook niet. Dus dat is in die hele Chinese manier van denken überhaupt niet aanwezig. Dus onze christelijke associaties kunnen alleen maar in de weg zitten, dus dat is ook iets wat je dan af en toe even overheen moet stappen of nog eens opnieuw moet heroverwegen. Dus daarom is het zo belangrijk om de overeenkomsten te zien, maar ook en vooral het verschil.

Als je een nieuwe naam krijgt, heeft die een betekenis die van toepassing is op diegene die hem ontvangt. In principe kan iedereen de gelofte doen, maar dan, als dat bij mij zou zijn, zou ik toch zeker die persoon willen spreken en een beetje leren kennen. Want ja, hoe beter je iemand kent, hoe meer je natuurlijk een naam kunt geven die van toepassing is op die persoon of behulpzaam is voor die persoon. Die naam werkt richtinggevend.

In veel van de zen lessen heeft ook het niet weten van de richting een heel belangrijke plek. Dat gaat over het niet weten vanuit je bewuste geest, onze managers mind, welke kant we op moeten. Dat is heel belangrijk, maar het is om ruimte te maken om bij wijze van spreken vanuit onze buik te worden voortbewogen in de richting die nodig is. En dat is niet altijd de richting waarvan wij hadden gedacht dat het de beste richting was met onze bewuste geest. Dus de kunst is, ik zeg dan vaak leg je hoofd in je buik, om veel meer dat buikgevoel te volgen. Dat je die naald die daar zit volgt in plaats van dat je met je hoofd kunt weten, nu moet ik dat doen en dan dat. Dus dat is ook een soort loslaten en een soort overgeven aan. Dus het is eigenlijk niet weten, zodat een dieper weten zich kan manifesteren. En dat vraagt enorm vertrouwen. Ze zeggen vaak, vertrouwen komt te voet en gaat te paard, dus we kunnen dat vertrouwen ook niet forceren. We kunnen niet met wilskracht dat vertrouwen afdwingen. Dat moet in ons organisch groeien. Soms denken mensen, “als ik een goede zen leerling wil zijn, moet ik dan toevlucht nemen?” In andere sangha’s hebben ze soms dat je zelf een rakusu maakt,  en dat hang je dan om en dan weet iedereen, oh die heeft toevlucht genomen. Maar ik wil dat niet want dan krijg je een soort verdeling: “Die hebben toevlucht genomen want die dragen een rakusu, maar ik niet. Moet ik ook niet eens gaan denken dat het tijd gaat worden?” En daar heeft het helemaal niks mee te maken. Het is niet een soort volgende stap op je pad, het is iets dat organisch in je groeit en op een gegeven moment tot je bewustzijn doordringt en zich dan gaat manifesteren. En dat heeft niets te maken met, dan is iemand een stapje verder op het pad. Dat heeft niets te maken met waar je bent op het pad. Het is geen teken van vooruitgang en wij kunnen het bijna niet laten om er toch een soort mijlpaal van te maken van, die heeft al toevlucht genomen maar die nog niet, die moet nog even. En daar heeft het dus niks mee te maken.

Het kan lastig zijn om in te schatten of een handeling heilzaam is of niet, maar je hoeft het ook niet te weten. Je hoeft niet te weten welke handelingen niet uit de verf kwamen. Je denkt misschien dat je het allemaal redelijk goed hebt gedaan, maar je weet het nooit. Misschien heb je wel allerlei schade toegebracht die je helemaal niet kon anticiperen. Maar hoe dan ook, daar neem je verantwoordelijkheid voor. Dat neem je aan boord. Het is ook een soort erkennen van het besef, ik heb vuile handen gemaakt en ik zal vuile handen blijven maken, hoe goed ik ook mijn best doe om dat te vermijden. En het is onvermijdelijk en dat neem ik aan boord en daar neem ik verantwoordelijkheid voor.

Het is ook makkelijker om het aan boord te nemen als het niet meteen betekent dat je een slecht mens bent. Dan is het makkelijker. Maar wij gaan het toch interpreteren als dat we een slecht mens zijn. Want zo zijn wij nou eenmaal. Dus het is keer op keer onszelf eraan herinneren: het betekent niet dat ik een slecht mens ben. Maar daarom kan het soms zo moeilijk zijn om te erkennen dat we fouten hebben gemaakt of tekort zijn geschoten. Omdat het bij ons meteen van alles oproept en triggert: “zie je wel, ik ben een slecht mens, ik ben niks waard.” Terwijl, als je dat niet hebt, ben je vrij om gewoon toe te geven: “dit is niet goed gelukt, dit was niet goed. Dit had ik anders moeten doen.” En dat is enorm bevrijdend ook om dat tegen andere mensen te kunnen zeggen. Gewoon zonder opsmuk en zonder drama. Ook zonder, “het spijt me zo, wil je me vergeven?” Want het boeddhisme kent eigenlijk ook niet het begrip vergeving. Eigenlijk omdat er geen zonde is valt er ook niks te vergeven. Maar het is wel enorm belangrijk om te benoemen. “Dit heb ik niet goed gedaan en ik heb jou schade toegebracht. Dat spijt me, dat had ik liever niet gedaan.” Dat is heel belangrijk.