26 september 2023

Ik wilde het vanavond hebben over de Tao Te Ching, een heel beroemd boek dat ook voor de zentraditie enorm belangrijk is. De Tao Te Ching komt eigenlijk net zoals de I Ching uit die veel vroegere periode dus ze zeggen dat de Tao Te Ching is geschreven door Lao Tse, maar het kan ook heel goed zijn dat dat gewoon veel oudere fragmenten zijn. Je vindt daar een bepaalde kosmologie, een bepaalde werkelijkheidsopvatting die uitgedrukt wordt in dat woordje Tao. Tao kon eerst gewoonweg betekenen de weg van A naar B. En gaandeweg heeft het die kosmologische betekenis gekregen van dat weefsel waarin alles met elkaar is verknoopt en alles met elkaar samenhangt.

Wij zijn gewend aan een hele andere opvatting van de wereld en de werkelijkheid. Wij zijn toch een beetje geneigd te denken van ja, de wereld, die is daarbuiten. En die staat toch een beetje los van ons. En wij kunnen met onze hersenen en onze zintuigen contact maken met die wereld. Volgens onze ogen kunnen we een soort foto’s nemen van de werkelijkheid en met onze oren kunnen we een opname maken. En dat komt allemaal binnen bij onze hersenen en daar wordt het dan omgezet in beelden en geluid. En dan hebben we een plaatje van de werkelijkheid en dat kan wel of niet kloppen en is waar of niet waar en dat is hoe wij ertegenaan kijken. Dat lijkt eigenlijk logisch. Maar dat hele begrip van de werkelijkheid als Tao is heel anders. Dat wil eigenlijk zeggen: er bestaat helemaal geen werkelijkheid ergens daarbuiten, los van ons. Maar er is één of ander iets waar wij voortdurend mee in contact staan en waar wij voortdurend mee communiceren en uitwisselen, met lichaam, geest en ziel. We zijn voortdurend bezig om lucht in te ademen, daar zuurstof aan te ontlenen, en dan weer uit te ademen, met allerlei afvalprocessen die daarmee gepaard gaan. We eten en drinken. Daarmee nemen we ook dingen naar binnen en vervolgens scheiden we die ook weer uit. Dat zijn de lichamelijke uitwisselingsprocessen. Maar er zijn ook geestelijke uitwisselingsprocessen.

Wij schenken altijd op een bepaalde manier aandacht aan de dingen. En hoe wij aandacht schenken bepaalt hoe de dingen voor ons gaan leven, hoe we die beleven. Onze aandacht bepaalt de wereld waarin we leven. Mensen die op een verschillende manier aandacht schenken, leven eigenlijk echt in verschillende werelden. Dat is voor ons even wennen, want we denken “die boom daar, die staat daar gewoon, of ik daar nu aandacht voor heb of niet”. Maar volgens deze andere manier van denken zijn wij daar voortdurend mee in contact, en wordt die boom pas echt tot boom omdat ik daar op een bepaalde manier met mijn bewustzijn aandacht aan schenk. En dat kunnen we op verschillende manieren doen. Wij kunnen op verschillende manieren aandacht schenken. Wij kunnen dat doen op een meer rationele manier, op een instrumentele manier. Dat we naar zo’n boom kijken en dat we denken, die kunnen we gebruiken. Dat hout, dat is van goede kwaliteit, wat dan ook. Of we kunnen daar op zielsniveau aandacht aan schenken en misschien geraakt worden door de boom of de schoonheid van de boom of de boom waarderen, en daarvanuit met gevoel er mee resoneren.

Dat zijn verschillende manieren van interacteren. En ons contact met de werkelijkheid vindt voortdurend op die verschillende niveaus plaats. En het is door die uitwisseling, dat datgene wat er is, dat proces dat zich afspeelt, zich via het contact met ons en door onze aandacht uitkristalliseert tot de wereld van de tienduizend dingen. Die dingen ontstaan pas door de uitwisseling met ons. Wij spelen daar altijd een rol in. Wij participeren daarin. Dit is echt een andere manier van denken. En het wordt interessant genoeg ook bevestigd door de moderne natuurkunde. De moderne natuurkunde ontdekt: “We dachten dat de werkelijkheid was opgebouwd uit atomen en moleculen en deeltjes maar nu ontdekken we met de experimenten dat die deeltjes eigenlijk een bijeffect zijn van dieperliggende processen. Er zijn allemaal kwantumvelden en als die op een bepaalde manier interacteren, en mogelijk ook met ons bewustzijn wanneer wij een waarneming doen, dan triggert dat het ontstaan van deeltjes. Dan tonen die kwantumvelden zich opeens als deeltjes, als materie. Maar dat is een bijeffect. Materie bestaat eigenlijk niet echt. Het ontstaat door onze interactie met die kwantumvelden.” Dat komt dichtbij wat de Tao Te Ching probeert uit te drukken met dat begrip Tao.

De neurowetenschapper Iain McGilchrist heeft een boek geschreven, The Matter With Things, over dat wij met onze twee hersenhelften op een verschillende manier tegen de werkelijkheid aankijken. In zijn vroegere boek De Meester en zijn Afgezant noemt hij de rechterhersenhelft de meester die alles op een holistische manier bekijkt. En de linkerhersenhelft is de afgezant van de meester. Het probleem is dat de afgezant van de meester op een gegeven moment gaat denken dat hij zelf de meester is, en dat hij het net zo goed kan als de meester. En dan gaat het allemaal mis. In dit boek gaat hij daar verder op in.

Wij interacteren op twee verschillende manieren met de werkelijkheid, via de linker- en rechterhersenhelft. Het zijn als het ware twee scouts die in een onbekend land als verkenner optreden en rapporten terugsturen over hoe het land eruitziet. De rapporten van de linkerhersenhelft zijn heel logisch en rationeel en afgebakend, maar niet erg betrouwbaar. De rapporten van de rechterhersenhelft zijn eigenlijk veel betrouwbaarder, maar ook vaak veel vager en ambigu. In de hersenen worden die twee rapporten samengevoegd tot één verhaal, zodat wij steeds een verhaal hebben over de werkelijkheid. Maar eigenlijk zijn het twee verhalen gebaseerd op twee manieren van aandacht schenken.

De linkerhersenhelftmanier van aandacht schenken is heel gefocust. Een geconcentreerde manier van aandacht schenken, waarbij je echt ook de dingen een beetje vereenvoudigt en inzoomt op de dingen om dingen scherp in beeld te krijgen. Hij geeft het voorbeeld van een vogel. Om te kunnen eten moet die heel scherp kunnen zien. Daar ligt een takje en daar ligt een besje en dat moet hij helemaal kunnen onderscheiden van de omgeving en dat is dat linkerhersenhelft bewustzijn. En tegelijkertijd moet het vogeltje ook voortdurend op de hoede zijn voor predators, voor gevaar, bedreiging dus. Hij moet ook een soort open, divergente, brede aandacht hebben voor de omgeving. Maar het sluit elkaar eigenlijk uit. Dat zijn twee verschillende type aandacht, maar ze zijn allebei nodig. En dat is bij ons ook zo. Dus evolutionair gezien hebben wij geleerd om allebei de typen aandacht te hebben. Die open, holistische, 180 graden aandacht, maar ook die gefocuste, geconcentreerde aandacht. En dat kunnen we dus allebei.

Die geconcentreerde, gefocuste aandacht wordt erg geholpen door hoe wij taal gebruiken. Wanneer wij dingen benoemen, helpt dat ons vaak om specifiek in te zoomen op iets bepaalds. Bijvoorbeeld, waar de rechterhersenhelft misschien een heel kleurrijke schakering van objecten ziet zegt de linkerhersenhelft, nee dat is een boekenkast en daar staan boeken in, en die zijn zo en zo geordend. Dat geeft allemaal extra informatie waardoor je op een heel andere manier kijkt, en je heel andere dingen opvallen. Dus taal helpt ons om in te zoomen. Ook als je naar een boom kijkt en je weet het is een berk. Dan weet je, dan kan ik een bepaald type bladeren verwachten, dan zal de stam waarschijnlijk wel wit zijn en allerlei kenmerken, die kunnen we erbij betrekken en daardoor verandert die boom ook werkelijk. Het wordt ook echt een andere boom. Een metselaar die naar een muurtje kijkt ziet een ander muurtje dan wij, zo en zo gemetseld met dat soort cement en dat soort stenen. Dat ontgaat ons allemaal. Of in het luisteren naar muziek kan het enorm veel verschil maken of je bepaalde dingen kunt benoemen over die muziek. Taal helpt ons daar enorm mee en tegelijkertijd reduceert taal de werkelijkheid ook. Dus de taal verheldert dingen, maar ook door ze te reduceren, door ze meer schematisch te maken. Want als we zien dat dat een boekenkast is, weten we wat we kunnen verwachten. Dan kijken we al bijna niet echt meer en zien we misschien niet dat er ook een kopje in staat.

De Tao is eigenlijk het ongedefinieerde proces dat zich afspeelt, en door onze interactie met die Tao komt het in de vorm. En hoe we daar aandacht aan schenken, bepaalt dan hoe die vorm eruitziet. Dus leven we in een logische wereld of meer in een veel intuïtievere wereld. Je kan ook zeggen wat er is, dat is eigenlijk alleen maar potentialiteit, en doordat wij ermee interacteren wordt het geactualiseerd, krijgt het vorm, worden het echt tienduizend dingen. Dus de wereld van de tienduizend dingen is de geactualiseerde wereld, de wereld die in de vorm is gekomen, de zichtbare wereld, de buitenkant van de wereld. Maar de binnenkant van de wereld, de wereld in haar potentialiteit, dat is de Tao.

De Tao Te Ching heeft het niet alleen over Tao maar ook over Te. Te beschrijft hoe die Tao in de vorm komt, hoe die zich voortdurend manifesteert. Het voorbeeld dat wel eens wordt gebruikt is als je ’s zomers kijkt naar een veld, dat staat misschien vol met bloemen, allerlei kleuren en pracht en praal. En dat zijn dan de tienduizend dingen. Dat is de Te, de manier waarop de Tao zich dan manifesteert. Maar ’s winters is datzelfde veld helemaal kaal. Dan zou je zeggen, er is niks. Het is weg. Maar het is niet weg, want volgend voorjaar staat het weer helemaal in bloei. Alleen het is potentieel geworden. Het is niet langer actueel, maar potentieel. Dus de Tao is de dingen in hun potentialiteit, in een mogelijkheid. En de Te is de dingen in hun manifestatie. En beoefening is dat je leert om die Te te cultiveren, dat je leert cultiveren hoe die Tao zich in een manifestatie brengt en dat je leert om daar een mooi bloemenveld van te maken, bij wijze van spreken. En dan moet je meegaan met de natuurlijke processen en dan moet je dat veld cultiveren en op tijd watergeven en beschermen tegen de wind, enzovoort. En op die manier cultiveer je dat proces dat de Tao in de Te komt, in de manifestatie komt.

De Tao die je de Tao kunt noemen is niet de eeuwige Tao.
Een naam die je kan gebruiken om iets te benoemen is niet de echte naam.

Dus door de Tao te benoemen, door er met taal mee te interacteren, reduceer je het, en dat geldt voor alles waar je namen op plakt. Namen en concepten plakken is een soort shortcut en het kan nuttig zijn en functioneel, maar je mist ook heel veel. Er gaat heel veel verloren.

The named is mother to the ten thousand things but the unnamed is origin to all, heaven and earth.

Dus datgene wat je kunt benoemen, daardoor ontstaan de tienduizend dingen met al hun onderscheid. Maar het onbenoemde, onbenoembare, dat is dat oorspronkelijke, leven gevende proces van potentialiteit. Daar dreigen we voortdurend contact mee te verliezen omdat we onze toevlucht nemen tot woorden en begrippen, tot concepten.

Zij die weten, spreken niet. En zij die spreken weten niet.

Het is juist door te willen weten, te willen kennen, dat we het kwijtraken. Iain McGilchrist wijst op het verschil in het Engels tussen de woorden apprehend en comprehend die allebei “weten” betekenen. Het is het verschil tussen de wereld grijpen en de wereld begrijpen. De linkerhersenhelft wil de wereld grijpen, wil grip krijgen op die tienduizend dingen om zich staande te houden, om vooruitgang te boeken, om er iets mee te kunnen doen, voor rendement, om dat te kunnen manipuleren. Dat is het grijpen, maar de rechterhersenhelft wil begrijpen. Grijpen en begrijpen. Er is ook een mooi Nederlands woord, verstaan, dat suggereert ook een bepaalde intimiteit. Als je de dingen verstaat, dan voel je ze aan.

Block the senses and close the mind, blunt edges, loosen tangles, soften glare, mingle dust. Dat is wat de Tao Te Ching zegt over beoefening: blokkeer de zintuigen, sluit de geest (met name dat denkende deel van onze geest), haal de scherpe kantjes van ons bewustzijn af, dat voortdurend scherp in beeld willen brengen, willen inzoomen. Maak het allemaal wat minder scherp. Loosen tangles, haal het uit de knoop, ontwar de knopen. Soften glare, verzacht je blik. Mingle dust, laat de dingen zich met elkaar vermengen. Dat verwijst naar een bepaalde geesteshouding van aandacht.

This is called dark-enigma union. Dat betekent verenigd worden met die potentialiteit, daar echt contact mee maken, dat echt verstaan, daarmee resoneren. En dat is dus de manier waarop je dat keer op keer kunt beoefenen. Voor onze beoefening gaat het er om dat we die voortdurende interactie, die er altijd al is, meer en meer te cultiveren, op een rechterhersenhelftmanier. Wanneer we die rechterhersenhelft vrij baan geven kan iets in ons zich ontwikkelen en groeien. Wat moet je dan met je gedachten en gevoelens? Daar hoef je niks mee, want die doen niet ter zake. Doe ermee wat je wilt. Je hebt soms veel gedachten, weinig gedachten, veel gevoelens, weinig gevoelens. Maar dat maakt niet uit. Daar gaat het niet om. Beoefening is niet een soort beoefening om je gedachten en gevoelens te leren hanteren. Dat is ook een hele nuttige praktijk, maar daar zijn weer andere technieken voor. Dit is echt iets heel specifieks toelaten om zich te ontwikkelen, iets heel specifieks cultiveren, namelijk een bepaalde manier van aandacht schenken aan de Tao, een bepaalde manier van intiem worden met de Tao om zich dat keer op keer in jou te laten voltrekken, zodat dat kan groeien. Dat is eigenlijk wat we beoefenen, een vorm van intimiteit. Heel intiem worden met die potentialiteit, met dat weefsel.

De linkerhersenhelft zit ons niet in de weg, want die hebben we ook nodig. Het probleem is dat die linkerhersenhelft van zichzelf denkt dat hij de meester is en niet een heel goede afgezant. Dus als de linkerhersenhelft gewoon z’n taken als afgezant blijft vervullen, maar binnen bepaalde beperkingen, is er niks aan de hand. Ze moeten leren samenwerken, meer teamplayers worden. De linkerhersenhelft moet z’n plaats kennen, zijn beperkingen weten: “ik ben wel heel goed in bepaalde dingen, maar op andere dingen ben ik helemaal niet zo betrouwbaar. Ik ben geen meester. Ik ben een goede afgezant, dat zijn mijn skills.” De rechterhersenhelft weet vaak al meer wat zijn beperkingen zijn. Daarom dat de meester ook een afgezant instelt, omdat hij weet, sommige dingen moet ik niet doen, die moet ik delegeren. De meester is veel wijzer dan de afgezant.

Er was eens een meester die een gemeenschap leidde en ontdekte dat hij bepaalde taken moest delegeren. Hij benoemde een afgezant die hij met de dagelijkse verantwoordelijkheden belastte. Maar op een gegeven moment ging de afgezant denken, waar hebben we de meester eigenlijk voor nodig? Ik doe zelf hier eigenlijk al het werk. Ik ben zelf eigenlijk wel meester, laat ik maar voor mezelf beginnen. En dat was het begin van alle problemen. Dat is het verhaal van de meester en de afgezant. Dus het probleem is niet met die linkerhersenhelft of die manier van aandacht schenken. Maar dat we denken dat het zaligmakend is en het niet los kunnen laten.

Ik bedoel met loslaten dat wij in onze beoefening leren dat het ook zonder kan. Dat vinden wij heel spannend, om die grip los te laten want we denken, ik moet wel alles in de gaten blijven houden. We moeten leren vertrouwen dat als we dat niet doen, er geen rampen gebeuren. Dat is een diepgewortelde overtuiging, een mentale kramp. Net zoals we tegen ons lichaam niet zo makkelijk kunnen zeggen, ontspan nu maar, kunnen we wel begrijpen dat we ons denken kunnen ontspannen, maar dat brengt ons nog niet uit die kramp. Onze beoefening is keer op keer toelaten dat die kramp heel langzaam smelt. En de weg naar het loslaten is cultiveren: niet actief veranderen, maar de juiste voorwaarden scheppen waarin iets uit zichzelf kan veranderen. Zoals je een tuin cultiveert: je gaat niet trekken aan de planten, maar je geeft mest, je geeft water, je beschermt de plantjes. En dan groeit het vanzelf en je geeft ruimte, dan is groei mogelijk. Dus je staat toe dat iets in jezelf tot expressie komt en tot groei komt en in bloei komt. Omdat je op een andere manier intiem bent met de Tao. Je geeft je meer bewust over aan dat uitwisselingsproces dat voortdurend al gaande is. Het gebeurt eigenlijk onbewust al, maar wij zijn nog zo vaak daar niet van bewust. Vaak weten we ook helemaal niet waar onze aandacht naartoe gaat. Die wordt vaak getriggerd door van alles automatisch.

Beoefening leidt ertoe dat onze Te groeit. Soms wordt Te wel eens vertaald met charisma. Mensen met Te zijn intiem met de Tao, zij kunnen heel goed daarmee resoneren. Die hebben ook vaak een soort werking. Die worden ook vaak charismatisch omdat ze, en dan bedoel ik niet het soort indrukwekkende charisma van een groot redenaar, maar bijvoorbeeld het oude mannetje op de markt. Dat charismatisch is in de zin van dat hij een werking heeft waar die ander mensen mee weet te raken door doodgewone dingen te doen. Te wordt wel eens vertaald met deugd, maar dat is een heel saaie vertaling. Een andere vertaling is voortreffelijkheid of excellence. Dat vind ik er al meer op lijken. Bijvoorbeeld een voetballer die heel erg is afgestemd op het spel en de bal is een goede voetballer met Te. Of een goede danser heeft Te. Het is daarom dat er ook van die boekjes zijn, de Tao van dit, de Tao van dat. Ja, dat is allemaal hoe ontwikkel je die Te in specifieke domeinen. Hoe cultiveer je dat. Het wordt je altijd geschonken. Maar je kunt zelf wel de deuren opendoen. Dus cultiveren betekent. Je moet wel de juiste voorwaarden scheppen, je moet het faciliteren. En misschien moet je ook wel onkruid wieden om maar eventjes in de tuin metafoor te blijven. Dus het is niet dat je niks moet doen, het is niet dat het je alleen maar wordt geschonken. Nee, het kan ook ontzettend hard werken zijn. Tuinman is een zwaar beroep. Voorwaarden scheppen kan hard werken zijn.