Het Parool, woensdag 4 juni 2009; Copyright: Het Parool
Deelnemers uit alle groepen, behalve taxichauffeurs
Boeddhisme heeft vaste grond onder de
voet gekregen in Amsterdam. Er is een 'stille revolutie' gaande, zegt iemand, en
er zijn antwoorden op westerse vragen in te vinden. Maar de rol van de dalai
lama moet je niet overdrijven.
Door Emma Boelhouwer en Addie Schulte
Rust van Boeddha kent vele vormen De dalai
lama trekt volle zalen, boekhandels verkopen stapels boeddhistische
geïnspireerde boeken en meditatiecentra breiden uit.
De non Kaye Miner ziet allerlei mensen
bij het Tibetaanse Maitreya Instituut Amsterdam. Van twintigers tot 65-jarigen,
van student tot advocaat, van administratief medewerker tot journalist. Ze
hebben volgens Miner gemeen dat ze beseffen dat geluk uit henzelf moet komen en
niet uit materie of hun omstandigheden. Taxichauffeurs komen hier niet, lacht
ze. "Terwijl die het juist goed kunnen gebruiken." Een beetje
mededogen zouden ze er aan over kunnen houden, die Amsterdamse taxichauffeurs. Mededogen,
daar draait het bij het maitreyacentrum om: een begripvolle houding jegens anderen. De toename van de belangstelling klopt met
de spaarzame en niet erg harde cijfers. De Boeddhistische Unie ging vier jaar
geleden uit van 250.000 personen met een 'daadwerkelijke affiniteit'. Onder hen
zijn 150.000 autochtone Nederlanders, en 100.000 Aziatische migranten en hun
kinderen. In 2006 voelde twee procent van de Amsterdammers zich verwant met
boeddhisme. Ter vergelijking: tien procent voelt zich verwant met rooms-katholicisme
of islam, de grootste religies. Minder dan één procent voelde verwantschap met
de joodse religie.
De opmars voltrekt zich bijna ongemerkt.
"Het is een stille revolutie," zegt André van der Braak, docent aan
Zen Centrum Amsterdam. Boeddhistische beoefening speelt zich bijna volledig in
het privédomein af en heeft minder dan sommige andere religies de neiging zich
in het openbaar met nadruk te manifesteren. Zieltjes winnen past ook niet bij
deze stroming. Het maatschappelijke debat over de rol van de religie en de
verhouding tussen kerk en staat gaat dan ook veelal langs de boeddhisten heen.
Hylkema: "Dienstbaar zijn aan anderen, dat is
onze rol. Waarom zouden we dan ruzie maken?" Boeddhisten worden niet als
bedreiging gezien. "Soms is dat wel jammer. Voor zaken rond de islam is
veel subsidie," lacht Van der Braak. Toch gebeurt er van alles. Er komen
straks boeddhistische geestelijke verzorgers in gevangenissen. Vijfhonderd
gedetineerden hebben aangegeven daar behoefte aan te hebben, wat niet betekent
dat ze boeddhist zijn. Er komt een academische opleiding voor deze geestelijke
verzorgers, later ook voor de gezondheidszorg en Defensie. In 2011 opent de
eerste boeddhistische basisschool haar deuren in Amsterdam, hoopt Hylkema.
Maar is boeddhisme religie of
life-style? Miner: "Mensen trekken naar facetten van het boeddhisme toe
die helpen te ontstressen, zoals mediteren. Dat is prima. Maar daarnaast gaan
wij als centrum diep in op de materie tijdens onze lessen over het boeddhisme,
drie keer per week. Ik denk dat die echte beoefening van het boeddhisme
redelijk stabiel is." Soms wordt het centrum plotseling hip, bijvoorbeeld
vorig jaar nadat Miner een interview had gehad met uitgaansblad NL20.
"Toen zat het centrum helemaal vol. Maar die mensen bleven niet, zij zijn
zoekende." Ook van der Braak ziet verschillende motieven bij de bezoekers
van het zencentrum. "Mensen komen soms mediteren om er rustig van te
worden. Maar je kunt er ook heel onrustig van worden." De oefening bestaat
uit zitten en dan niks. Het is echter niet nodig nergens aan te denken.
"Dat is het moeilijkste wat er is, want we zijn verder voortdurend
doelgericht bezig." Van der Braak was vroeger kritisch over het
verschijnsel boeddhistische cursussen bij grote bedrijven. Hij denkt er nu milder
over. "Het kan ook een opstapje zijn. Er zijn maar weinig mensen die van
tevoren zeggen: ik wil een geestelijk pad volgen."
Ook Hylkema ziet de populariteit.
"Zeventig procent van de spirituele boeken in de boekhandel is door
boeddhisme beïnvloed. Maar met lezen alleen kom je er niet. Voor een echt
begrip van de leer is twintig jaar studie van drie uur per dag nodig. Het is
gewoon hard werken." Aanpassing van het boeddhisme aan het Westen is
noodzakelijk, ziet de van oorsprong Australische Miner. "Tijdens de lessen
discussiëren we, dat is een groot verschil met het boeddhisme in Tibet, waar de
leider eigenlijk alleen maar tot de mensen spreekt. En kijk," -ze wijst
naar een beamer - "ik gebruik tijdens de lessen
soms ook een powerpoint." Het zencentrum werkt zelfs aan de ontwikkeling
van stadszen. "Mensen die het druk hebben, kunnen
niet fulltime mediteren." In de weekeinden beginnen bijeenkomsten daarom
pas om drie uur 's middags. Dan kunnen de deelnemers eerst boodschappen doen.
Boeddhisme kent een rijke
verscheidenheid aan stromingen. Hylkema: "Boeddha zegt dat er 84.000
verduisteringen zijn, dus er zijn ook 84.000 manieren om daaraan te
ontkomen." Maar rivaliteit is er niet. "Ieder kiest wat het best bij
hem of haar past," zegt Hylkema. Deze drie beoefenaren van het boeddhisme
hebben dan ook hun eigen idee over de aantrekkingskracht van hun geloof.
Hylkema: "Mensen zien dat het westerse idee dat wat je waarneemt ook de
objectieve werkelijkheid is, verkeerd is. Negentig procent van die waarneming
is onze eigen schepping. Dat leidt tot allerlei problemen. De kredietcrisis is
daar maar één uiting van. De traditionele westerse aanpak leidt tot
verarming." Hylkema zette zijn ervaring in als crisismanager. "Het
doel is niet maximale winst voor de aandeelhouders, maar voor de klant. Twintig
van de 21 organisaties waar ik voor werkte, heeft het overleefd. Die ene heb ik
moeten afbouwen."
Boeddhisme is volgens Miner de
bevrijding van het cyclische bestaan: geboorte, ziekte, ouderdom en dood.
"Een leven houdt niet op bij de dood. Het boeddhisme rekent in meerdere
levens. Iemand heeft meerdere levens nodig om bijvoorbeeld verlicht te worden,
zoals Boeddha." De zenboeddhisten denken daar anders over. Hun
uitgangspunt is dat ieder persoon al verlicht is. "Het gaat om
ontwaken," zegt Van der Braak. Zen is ontregeling van het denkklimaat, het
weghalen van intellectueel houvast. "Het is eigenlijk een antifilosofie.
En het is heel simpel." Daardoor past het volgens hem heel goed bij de
huidige westerse maatschappij. "Het is niet dogmatisch als andere
godsdiensten." Eigenlijk is het woord boeddhisme al problematisch.
"Het -isme is er later op geplakt door anderen," zegt Hylkema.
"Je moet eigenlijk spreken van boeddhismen," vindt Van der Braak. Miner:
"Uiteindelijk komt het aan op je eigen verantwoordelijkheid. En daar ligt
precies het verschil met veel andere religies, waar de schuldvraag veel
belangrijker is." Dat is volgens Miner de reden dat sommige afvallige
christenen hun heil zoeken in het boeddhisme. "Een manier van denken en
handelen waar ze zelf invulling aan kunnen geven."
Een verschil komt ook tot uiting in hun
verhouding tot de dalai lama. Voor Hylkema is hij 'een voorbeeld van wat je
kunt worden, een levende boeddha die gewoon én bijzonder is'. Hij heeft hem al
diverse keren ontmoet. Van der Braak ziet in de Tibetaanse geestelijk leider
aan de ene kant 'een goede ambassadeur.' "Maar het stoort als hij wordt
gepresenteerd als dé vertegenwoordiger van hét boeddhisme. Hij is de leider van
een van de vier Tibetaanse scholen."
Copyright:
Het Parool